Marzouka doet een stapje terug, maar ook weer niet.
‘Er zijn niet zoveel Marzouka’s in Utrecht’
Ze luistert, vertaalt en stelt gerust. Al meer dan dertig jaar. Ze weet onzichtbare vrouwen en families in Utrecht te bereiken. Brandjes blussen noemt ze het zelf. Marzouka Boulaghbage, Medeoprichter van Al Amal, doet een stapje terug. Ze stopt als bestuurslid. ‘Maar dit is geen afscheid, de inhoud blijf ik doen.’
Je stopt als bestuurslid van Al Amal. Waarom juist nu?
‘Deze zomer word ik zestig en ik dacht: voor mijn zestigste ga ik die verantwoordelijkheid van mijn schouders afhalen. Want dat is een zware last. Bij Al Amal is mijn taak binnen het bestuur vooral kwaliteit en identiteit bewaken. We krijgen geld van de maatschappij en ik voel continu die verantwoordelijkheid: wordt het geld goed besteed, blijft de kwaliteit goed? In het begin, toen we weinig collega’s hadden, wist ik precies wat iedereen deed. Ik belde gezinnen na om te vragen hoe het ging, of iemand echt was langs geweest. Zo hield ik overzicht.’
‘Nu lukt dat niet meer. We komen nu achter de voordeur door heel de stad Utrecht, er zijn nieuwe mensen bij gekomen. Gaat het goed met die nieuwe mensen of niet? Ik hou van overzicht en dat raakte ik kwijt. Daar kon ik niet meer van slapen.’
‘Weet je, ik wil mijn werk niet vijftig procent doen, ik wil honderd procent. En nu merkte ik: mijn geest wil nog meer, maar mijn lichaam is op. Ik heb diabetes en de laatste jaren had ik af en toe zulke rugpijnen dat ik echt niet kon bewegen. Dat zijn signalen die je serieus moet nemen.’
Betekent dit dat je afscheid neemt van Al Amal?
‘Nee, absoluut niet. Ik ga niet weg. Ik stap alleen uit het bestuur. De Inhoud blijf ik doen. Ik werk daarnaast ook bij DOCK, drie dagen per week als sociaal makelaar, dat is mijn betaalde werk en dat doe ik al meer dan dertig jaar, sinds 16 oktober 1994. Bij Al Amal blijf ik trainingen geven, bijeenkomsten organiseren, ik blijf betrokken bij onderzoeken en ik blijf aanspreekpunt voor bewoners. Dat is wat ik het liefste doe.’
Daar is het jaren geleden ook mee begonnen. Je gaf taalles en ondersteuning?
‘Het was nooit de bedoeling om een stichting op te richten. De stichting is ontstaan vanuit frustratie. Er was geen plek in de wijk waar deze vrouwen terecht konden. Ik ben begonnen met taalles geven en zo werd ik een vertrouwenspersoon voor een grote groep vrouwen uit de wijk. En hielp ik de vrouwen met verschillende hulpvragen. En zo ben ik met mede oprichtster Rachida Ibrahimi , naar de notaris gegaan.
Ik zie ons daar nog zitten. Ik zei tegen die man: we willen graag een stichting oprichten en die naar mijn dochter vernoemen.’ Al Amal, dat betekent De Hoop. Hij vroeg naar onze missie en visie. Woorden die ik toen nog niet eens goed in het Nederlands kende. Hij moest lachen. Hij zei: ik ga jullie hierbij helpen. En zo is Al Amal formeel geboren. We moesten 350 gulden afrekenen. Jarenlang zonder vaste locatie. We werkten vanuit buurthuizen, vrouwen belden vaak bij mij thuis aan. Met de meest uiteenlopende vragen. Mijn naam ging rond in Utrecht. Ik heb een bijzondere naam, er zijn niet zoveel Marzouka’s.’
Ik zei tegen die man: we willen graag een stichting oprichten en die naar mijn dochter vernoemen.’ Al Amal, dat betekent De Hoop. Hij vroeg naar onze missie en visie. Woorden die ik toen nog niet eens goed in het Nederlands kende.
Maar niet iedereen was blij met de komst van Al Amal?
‘We hebben veel tegenwind gehad. Veel wantrouwen . Maar langzaam zagen ze wat ons werk opleverde. Vrouwen die eerst thuis zaten, kwamen naar onze activiteiten. Van die activiteiten werden ze groepsleiders. Sommigen gingen aan het werk. Veel is sindsdien veranderd. We richten ons allang niet meer alleen op vrouwen. We zijn begonnen in een locatie in Kanaleneiland, naar Overvecht en nu ook in Zuilen. We zijn uitgegroeid naar een organisatie met 26 mensen op de loonlijst en 65 vrijwilligers.’
Wat is de kern van het werk van Al Amal?
‘We blussen brandjes, ik noem onszelf vaak een brandweer. We komen in actie en daarna gaan we kijken: hoe is de brand ontstaan, hoe kan iets voorkomen worden? We zeggen mensen niet wat ze moeten doen. We laten zien wat de gevolgen kunnen zijn. Mensen maken zelf hun keuze. Bewustwording, daar gaat het altijd om.’
‘Ik zie in het sociaal domein heel vaak dat eerst een plan wordt gemaakt, zonder de doelgroep te kennen. Dat kost heel veel tijd en geld. Er wordt vaak zoveel gepraat en overlegd, terwijl er weinig concreets gebeurt voor mensen.’
‘Wij hebben onze methodiek ook op papier gezet, maar we beginnen nog steeds met blussen. En dat werkt, we staan heel dichtbij de mensen voor wie we werken. Ik kreeg net nog een spraakberichtje van een vrouw die me wilde vertellen dat haar zoon gaat trouwen. Dat gezin heeft het heel moeilijk gehad en nu wilde ze mij ook eens blij maken met goed nieuws.’
Al Amal bereikt met deze werkwijze nog steeds mensen die andere organisaties vaak niet bereiken. Hoe kijk je naar het sociaal domein zoals dat nu is ingericht?
‘Het systeem in Nederland is gemaakt voor mensen die hier zijn opgegroeid, die hier naar school zijn gegaan, die kunnen lezen en schrijven en die digitaal vaardig zijn. Op zich is er niks mis met het systeem, het is een klein land en alles is goed geregeld. Maar het werkt alleen voor mensen die weten hoe het werkt.’
‘Wij hebben inmiddels meer dan drie miljoen mensen in Nederland die laaggeletterd zijn. Die vallen gewoon buiten dat systeem.’
Wat gebeurt er met mensen die niet in dat systeem passen?
‘Wat je ziet, is dat veel mensen afhaken. Als het niet lukt bij de ene instantie, proberen ze misschien nog een andere. Maar er is ook een grote groep die helemaal nergens meer naartoe gaat. Die blijven achter de voordeur. Dat zijn gezinnen met kinderen, met schulden, met armoede, met huiselijk geweld, met zorgen over jongeren. Die mensen zie je niet terug in de systemen, maar ze zijn er wel. En dat zijn precies de mensen waar wij mee werken. Mensen die de weg naar instanties weten te vinden, hebben ons niet nodig. Wij richten ons op degene die achter de voordeur blijft. Op de onzichtbaren.’
Cultuursensitief is ook een woord dat bij Al Amal hoort?
‘Het gaat allemaal om de benadering van mens tot mens. Om respect. Het gaat om hoe je binnenkomt, hoe je praat, hoe je luistert. Als je met je laptop binnenkomt en meteen begint, dan blokkeert iemand. Je moet eerst mens zijn. Eerst contact maken, de tijd nemen. Dan pas kan je ergens over praten. We benadrukken ook dat het gesprek vaak een aantal keer vertrouwelijk is. En dán krijg je soms het hele verhaal ineens te horen. Er speelt vaak van alles in de gezinnen waar we komen. Maar wat heeft nu voor deze bewoner de hoogste prioriteit? Misschien moet er een afspraak met de huisarts worden gemaakt. Pak dan de telefoon en maak die afspraak. Heel concreet. Daar hebben mensen echt wat aan.’
‘Het gaat allemaal om de benadering van mens tot mens. Om respect. Het gaat om hoe je binnenkomt, hoe je praat, hoe je luistert. Als je met je laptop binnenkomt en meteen begint, dan blokkeert iemand. Je moet eerst mens zijn.’
Welke ontwikkeling zie je de komende jaren in het sociaal domein?
‘Ik hou van beeldspraken. Ik zeg altijd: laten we met de ogen van een bij kijken en niet van een vlieg. Een bij gaat ook naar een bosje bloemen in het afval. Dus we moeten ons vooral blijven richten op wat er goed gaat.’
‘Ja, de politiek is verhard. Ik mis politici als Kok en Lubbers. Redelijke en verstandige mensen die het beste met het land voor hadden. Ik heb het gevoel dat bij veel mensen, ook bij politici, het hart een beetje hard is geworden, dat het wantrouwen is gegroeid. Maar laten we vooral, net als die bij, blijven kijken naar dat bosje bloemen tussen het afval.’
